Wie zijn wij?
Onze identiteit: Levensbeschouwing en onderwijskundig concept
1.Protestants-Christelijk
2.Jenaplan
Mids de Marren is vanaf 2005 een officiële Jenaplanschool.
Dat betekent dat Mids de Marren het gedachtengoed van de grondlegger van de Jenaplanscholen, Peter Petersen, verder wil uitwerken.
De basis voor het Jenaplanconcept werd gelegd in het Duitse Jena. Daar was onderwijskundige Peter Petersen de man die in zijn agrarische omgeving zag dat mensen in een gemeenschap leefden. Ze hielpen elkaar op het land; ze vierden met elkaar hoogte – en dieptepunten van het menselijk bestaan. Dat principe werd in de puur klassikale school waar hij werkte keurig om zeep geholpen: iedereen moest hetzelfde doen in dezelfde tijd en met dezelfde kwaliteit. Dat kon niet. En Petersen hervormde zijn school, net zoals aan het begin van de vorige eeuw Maria Montessori, Freinet, Helen Parkhurst en anderen dat deden.
In Nederland vormde zich in de jaren 50 van de vorige eeuw een meer dan enthousiaste groep
volgelingen van Peter Petersen. Zij stichtten de eerste Ned. Jenaplanscholen. Momenteel zijn dat er ongeveer 250.
Alle Jenaplanscholen hebben in hun schoolplan de zgn 20-basisprincipes als leidraad staan. Dat zijn uitspraken over de manier waarop men in Jenaplanscholen denkt over de mens, de maatschappij en de ontwikkeling van kinderen daarbinnen.
Het eerste en dus belangrijkste principe is het volgende: elk mens is uniek. Dat betekent dat elk uniek mensenkind niet mag worden vervormd tot een kind waarvan er 30 in de klas gaan.
Een kind mag zijn eigen identiteit ontwikkelen, maar daarbij dient hij wel te beseffen dat elk uniek individu altijd in een gemeenschap leeft. Een gemeenschap die hem veiligheid en geborgenheid biedt, maar een gemeenschap ook waaraan hijzelf bijdraagt om die veiligheid en geborgenheid voor anderen waar te maken. De nadruk ligt voortdurend op het samenleven, -werken, -spelen en- vieren
Verder is het zo dat op elke Jenaplanschool de vier basisactiviteiten van het menselijk bestaan in het ritmisch weekplan terug te vinden zijn. Die vier activiteiten zijn: gesprek, spel, werk en viering.
De les- en leerstof komen zoveel mogelijk uit de wereld van het kind.
Het rekenen, het lezen, de techniek van het schrijven en de taal zijn geen doel op zich, maar juist een middel om zich te oriënteren in de wereld. Daarmee komen we bij wat eigenlijk het belangrijkste ontwikkelingsgebied is voor kinderen: wereldoriëntatie. We noemen dit dan ook het hart van ons onderwijs. Hierin, in het kritisch bestuderen en volgen van ontwikkelingen, komen alle vaardigheden samen. Taalonderwijs vindt dan ook plaats binnen de Wereldoriëntatie. Je zou kunnen zeggen: Wereldoriëntatie is de sleutel naar de wereld.
Tot slot:
Voor allen die op onze Jenaplanschool werken geldt, dat zij zich voortdurend blijven ontwikkelen en blijven zoeken naar zingevende aanvulling en ondersteuning van de zich ontwikkelende kinderen.
Naast goede onderwijskundige resultaten, blijkt uit inspectieonderzoek m.n. het pedagogische klimaat goed te scoren. Dat betekent dat kinderen, ouders en leerkrachten zich thuis voelen en elkaar op de juiste wijze weten te stimuleren.


